Can machines think?

By: Roman Tol
On: September 13, 2006
Print Friendly, PDF & Email
About Roman Tol
Roman Tol is an Ecommerce specialist. Both techical and as a marketeer. Hands on and with vision. Keyword: Innovation.

   

The following text discusses Turing and living computers. The text is in Dutch:

Vroeger toen ik op de basisschool zat werd mij gevraagd een oplossing te geven op één van de vele varianten van het volgende raadsel: Stel je voor dat je op weg bent naar een kasteel met de schoonste vrijgezelle prinses. Na een lange weg te hebben bewandeld kom je bij een afsplitsing. Om er achter te komen of je links dan wel naar recht moet gaan, word je de mogelijkheid gegeven één vraag te stellen aan één van de twee personen die wacht houdt. Eén van de twee liegt altijd, de ander vertelt altijd de waarheid, maar jij weet niet wie van de twee betrouwbaar is. Als je de verkeerde weg inslaat kom je bij een vuurspugende mensetende vrijgezelle ongewassen draak. Welke ene vraag dien je te stellen om bij de prinses te komen?

Wanneer we de structuur van het raadsel ontleden en vergelijken met de opzet van de ‘imitation game’ zoals Turing beschrijft in Computing machinery and intelligence, zien we dat deze dezelfde basis heeft. Turing tracht antwoord te geven op de vraag of computers kunnen denken. De imitation game wordt gespeeld met een drie personen een man, een vrouw en een verhoorder. Het doel van de verhoorder is om vragenderwijs er achter te komen wie de man is en wie de vrouw. De verhoorder zit in een afgesloten ruimte en communiceert via tekst met de twee ondervraagden. Om het allemaal voor de verhoorder te vermoeilijken doet één van de twee ondervraagden het andere geslacht na. Turing stelt dat wanneer het spel gespeeld wordt met een computer en een mens en het voor de verhoorder niet mogelijk is om onderscheidt te maken tussen beide, dan doet de vraag ‘can machines think?’ er niet meer toe.

De vooruitstrevende inhoud van het artikel maakt Turings tekst belangrijk. Turing omschrijft namelijk de kenmerken welke een digitale computer dient te hebben om een mens te kunnen imiteren. Zijn gedetailleerde beschrijving is namelijk een beginpunt van moderne computers te noemen. Turing stelt dat een digitale computer uit drie aspecten dient te bestaan:

  1. Opslag
  2. Uitvoerende unit.
  3. Controle

Tevens moet deze machine een ‘table of instructions’, een programmeertaal hebben om menselijke eigenschappen te imiteren. Turing heeft in zekere zin onze hedendaagse computer beschreven. Deze bestaat namelijk uit een hardeschijf (opslag), processor uitvoerende unit) en geheugen (controle). Daarbij is het besturingssysteem te vergelijken met de table of instructions.

Het idee van de digitale computer is oud. Charles Babbage, Cambridge Professor in de wiskunde tussen 1828 en 1939, beschreef een dergelijke machine, genaamd de Analytical Engine, maar heeft deze nooit gebouwd. De opslag was geheel mechanisch, het maakte gebruik van wielen en kaarten. Turing verwijst naar de Analytical Engine, om de gedachte dat digitale computers elektrisch moeten zijn tegen te spreken. Deze veronderstelling komt omdat ons zenuwstelsel ook elektrisch is. Maar, zo stelt Turing, biochemische processen zijn even belangrijk. En het is dit punt waar ik op verder wil borduren. Turing geeft een heel interessante visie van hedendaagse computers een halve eeuw geleden. Turing was van mening dat rond het jaar 2000 30% van de mensen na een test van vijf minuten de computer zouden verwarren met een persoon. Futurist Ray Kurzweil stelt, in navolging van Moore’s Law, dat Turing-bestendige computers ongeveer in 2020 zullen bestaan.

Ik zou willen stellen dat denkende computers vandaag de dag al bestaan, aangedreven door zowel elektriciteit en biochemische processen: Stephen Hawking. Maar ook mensen die in leven worden gehouden door pacemakers, nierspoeling apparatuur, etc. Tevens ben ik van mening dat digitale machines dusdanig geïntegreerd zijn in onze samenleving, dat deze niet kan fungeren zonder. Personal Computers hebben momenteel zo een groot belang in de besluitvorming, commerciële overwegingen en constructieve processen, dat ons leven lijkt te zijn ingedeeld rondom PC’s. Om maar een voorbeeld te noemen, mijn jongere neefjes en nichtjes zijn opgegroeid met MSN, mobiele telefonie en peer-to-peer software. Zij hebben nog nooit een cultureel product als muziek of film anders gekend dan via downloadsites op het internet. Zelf kan ik bijna geen rekensom oplossen zonder rekenmachine en mijn blinde oom kan niet genieten van literatuur zonder e-book. De vraag die ik dan ook zou willen stellen is niet kunnen machines denken, maar kunnen wij denken zonder machines?

Leave a Reply